
Mengsels van Biobased en fossiele materialen
Het percentage Biobased grondstoffen moet tenminste 70% bedragen voordat men een product Biobased mag noemen.
Die 70% is op basis van gewicht, en niet volume!
Sommige fabrikanten maken zich er dus gemakkelijk vanaf door aan hun licht gewicht product een zwaar Biobased materiaal toe te voegen.
Als voorbeeld:
Een mix van EPS-parels met bijvoorbeeld kurk korrels.
Aangezien EPS-parels meestal rond de 15kg/m3 liggen en de (geëxpandeerde) kurkkorrels rond de 100kg/m3, hoef je maar ongeveer 25% volumeaandeel aan kurkkorrels aan 75% EPS-parels toe te voegen om 70% Biobased percentage te halen op basis van gewicht.
Men mag dit dan dus een Biobased product noemen, maar velen krijgen daar (uiteraard) een nare smaak van in de mond!
Dan ontstaat uiteindelijk het volgende probleem: Wat te doen bij het einde van de levensduur van het materiaal?
Aangezien het een mengsel is geworden van Bio en fossiel, zou de kurk van de EPS gescheiden moeten worden. Maar, aangezien er in de toepassing verlijming plaats vindt, zal dat een best lastige kwestie worden.
Ook zijn de eigenschappen van de kurkkorrels heel anders dan die van de EPS-parels.
Om onder andere deze reden is er nog geen enkel product met deze basis gecertificeerd, en is er ook geen C14 meting op gedaan.
Mass Balance Principe
Bij EPS betekent het Mass Balance-principe dat fossiele en Biobased of gerecyclede grondstoffen tijdens de productie fysiek gemengd mogen worden, terwijl administratief wordt bijgehouden hoeveel duurzame grondstof is ingebracht en aan hoeveel eindproduct die duurzame eigenschap mag worden toegekend.
Of te wel, een papieren tijger, het blijft fysiek gewoon EPS en er wordt administratief een certificaat afgegeven.
Dit houdt in dat er bij een eventuele C14 test mogelijk weinig tot geen Biobased carbon gemeten wordt en dat het volledig fossiel blijkt te zijn. Dit systeem lijkt erg gevoelig te zijn om mee te frauderen. Het product zal gewoon kunststof zijn en niet te onderscheiden van de niet Biobased variant. Ook zal biologische afbreekbaarheid niet in het eigenschappenlijstje voorkomen.
Dit lijkt een beetje op het systeem van de Co2 uitstoot afkopen bij een vliegticket. Tegen een extra bedrag kan men een vergelijkbare hoeveelheid aan regenwoud kopen die de Co2 uitstoot van de vliegreis compenseert. Het idee is prachtig, in de praktijk bleek al snel dat hetzelfde stuk regenwout aan honderden verschillende klanten verkocht werd, of überhaupt niet vindbaar was.
C14-bepalingsmethode: je meet wat er daadwerkelijk in het product zit
De C14-methode maakt gebruik van het verschil tussen moderne, biogene koolstof en fossiele koolstof.
Planten nemen tijdens hun groei CO₂ uit de atmosfeer op. Daarin zit een kleine hoeveelheid radioactief koolstof-14 (¹⁴C).
Aardolie, aardgas en steenkool zijn miljoenen jaren oud. De oorspronkelijke C14 is daarin door radioactief verval praktisch verdwenen.
Daardoor kun je aan een product meten:
Geen C14 → fossiele koolstof
C14 aanwezig → koolstof van recente biomassa
Bij een materiaal zoals BioXbeads® wordt dus daadwerkelijk een monster van het geproduceerde materiaal onderzocht. Het laboratorium bepaalt hoeveel van de aanwezige koolstof modern/biogeen is.
Dat maakt C14 fundamenteel anders dan Mass Balance: je meet immers het materiaal zelf.
Certificaten van grondstoffen:
Een berekening op basis van de receptuur
Stel een product bestaat uit:
70 kg grondstof A → leverancier verklaart 100% Biobased
20 kg grondstof B → fossiel
10 kg additieven → fossiel
Dan kun je op basis van receptuur en leveranciersdocumentatie stellen dat er 70 kg Biobased grondstoffen is ingezet per 100 kg product.
Maar ook hier is het eindproduct niet onafhankelijk gemeten. De betrouwbaarheid van de claim hangt af van de juistheid van de leverancierscertificaten, receptuur, traceerbaarheid en gehanteerde definitie van “Biobased”.
Het Biobased gehalte van BioXbeads®:
Voor de Bepaling van Biobased content van BioXbeads® hebben we niet alleen de certificaten als bewijs maar ook de C14-bepalingsmethode laten uitvoeren door de Universiteit Groningen volgens de Internationale standaard ASTM D6866-21.
Voor de grijze BioXbeads® is het geen 100% omdat we hier grafiet aan toevoegen.
Het Grafiet zorgt voor reflectie van warmte en daardoor voor een circa 15% hogere isolatiewaarde.
Nu bestaat er ook een Biobased variant van grafiet, echter de gigantische hoeveelheid energie die nodig is om dit te maken, en daardoor de hoge Co2 voetafdruk van dit materiaal, staat in geen verhouding tot de effectiviteit van het grafiet. Grafiet wat gedolven wordt is dan een veel beter keuze. En, grafiet (Biobased en fossiel) is gewoon een koolstof en wordt ook weer opgenomen in de natuur.